Algemene voorwaarden (Beheersreglement)

Beheersreglement voor de Wierdebegraafplaats te Wierum.

  1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. bestuur: het bestuur van de stichting Het Groninger Landschap, de eigenaar en exploitant van de begraafplaats;
  2. begraafplaats: de Wierdebegraafplaats Wierum, gelegen aan de Paddepoelsterweg 4, 9738 TE Adorp;
  3. beheerder: degene die door het bestuur is belast met het beheer, de admi­nistratie en de dagelijkse leiding van de begraafplaats, bevoegd is namens het bestuur opdrachten dienaan­gaande te verlenen en bevoegd is de in dit reglement bedoelde grafrechten en vergunningen af te geven;
  4. graf: een graf bij het bestuur in beheer waarvoor gebruiksrechten worden verleend tot het doen begraven en begraven houden van een overledene;
  5. aanvrager: degene die – al dan niet door tus­senkomst van een uit­vaart­verzorger – om de uitgifte van een graf vraagt, of opdracht geeft voor een begrafenis of andere diensten;
  6. rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon met wie door of namens het bestuur een overeenkomst tot het gebruik van een graf is aangegaan;
  7. grafrecht: het recht van gebruik van een graf;
  8. grafakte: de overeenkomst waarin overeenkomstig de bepa­lingen van dit reglement door of namens het bestuur aan één natuurlijke persoon of rechtspersoon een grafrecht wordt verleend.

    2. De begraafplaats

Artikel 2

  1. De begraafplaats is bestemd voor het begraven van overledenen, ongeacht hun nationaliteit, levensovertuiging, ras of geslacht.
  2. Het beheer van de begraafplaats berust bij het bestuur.
  3. Onder toezicht van het bestuur worden een of meer daartoe door haar aangewezen personen of bedrijven belast met:
  4. de administratie van de begraafplaats;
  5. het beheer van de begraafplaats;
  6. het onderhoud van en toezicht op de begraafplaats;
  7. de dagelijkse leiding van het personeel.

Artikel 3

  1. De administratie bevat een register van alle op de begraafplaats begraven overledenen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn. Dit register is openbaar; de daarin opgenomen gegevens worden op verzoek, tegen beta­ling der daarvoor verschuldigde kosten, aan iedereen bekend gegeven.
  2. De administratie bevat een register van alle rechthebben­den van de graven, met hun namen, adressen en andere contactgegevens, alsmede een aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet openbaar.
  3. De rechthebbenden zijn verplicht de wijzi­ging van hun adres, e-mailadres en telefoonnummer aan het bestuur door te geven.

 

Artikel 4

  1. Het bestuur bepaalt de tijden waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. Deze en andere regels ten aanzien van het gebruik van de begraafplaats worden vastgelegd en openbaar gemaakt in huisregels.
  2. In verband met werkzaamheden op de begraafplaats of met het oog op hun veiligheid, bijvoorbeeld tijdens een storm of wegens dreigend brandgevaar of bij het snoeien of kappen van bomen, kan de beheerder bezoekers de toegang tot (een deel van) de begraafplaats tijdelijk ontzeggen.
  3. Bezoekers en personen die werkzaamheden op de begraafplaats uitvoeren dienen zich ordentelijk te gedragen en zonodig de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
  4. Het bestuur bepaalt de tijden voor het begraven van overledenen, herdenkingen en andere uitvaartplechtigheden.
  5. Het tijdstip van begraven en andere uitvaartplechtigheden wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken rechthebbende of aanvrager, vastgesteld.
  6. Het is steenhouwers, hoveniers, fotografen en andere personen die werkzaam­heden op de be­graafplaats of aan grafbedekkingen ver­richten, verboden dit te doen zonder voorafgaande toestemming van de beheerder. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven. Bij de uitvoering van werkzaam­he­den dienen zonodig de aanwij­zin­gen van de beheerder te worden gevolgd.
  7. Het is verboden:
  8. met motorvoertuigen, bromfietsen of andere motor­rij­wielen op de be­graaf­plaats te rijden of deze met zich mee te voeren, anders dan met voorafgaande toestemming van de beheerder;
  9. honden of ande­re dieren on­aangelijnd mee te nemen;
  10. op de graven te lopen of te zitten en er ge­reed­schappen of andere niet tot de graven beho­rende voorwer­pen op te leggen;
  11. de begraafplaats te verontreini­gen;
  12. zonder toestem­ming of op­dracht van de nabe­staanden een uit­vaart te fotograferen, te fil­men of anderszins te registreren;
  13. op de begraafplaats as te verstrooien.
  14. De beheerder kan bezoekers of werklieden die zich niet aan de hiervoor bedoelde geboden en verboden houden de toegang tot de begraafplaats ontzeggen. Bij herhaalde overtredingen kan geduren­de een door het bestuur te bepalen periode de toegang worden ontzegd.

 

  1. Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

Artikel 5

  1. Graven worden uitgegeven naar keuze van de aanvrager aan de hand van een openbaar te raadplegen plattegrond waarop zichtbaar de reeds uitgege­ven graven zijn gemarkeerd.
  2. Het bestuur behoudt zich het recht voor de indeling van de begraafplaats nader vast te stellen en te wijzigen.

 

Artikel 6

  1. De begraafplaats biedt gelegenheid tot het begraven en begraven houden van overledenen.
  2. Het bijzetten van asbussen en het verstrooien van as is niet toegestaan.
  3. Graven worden uitgegeven voor onbepaalde tijd.
  4. Desgewenst kunnen twee of meer graven naast elkaar worden uitgegeven.
  5. Een grafrecht wordt schriftelijk gevestigd door middel van een grafakte, die in tweevoud wordt opgemaakt.
  6. Er bestaat geen recht op uitgifte of levering van een graf.

 

Artikel 7

  1. Een graf heeft een afmeting van 230 centimeter lengte en 120 centimeter breedte
  2. In een graf kan 1 overledene worden begraven.

    4. Vereisten voor begraving of bijzetting

Artikel 8

  1. Degene die een overledene wil doen begraven, of zijn gemachtigde, geeft daarvan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving zal plaatsvinden, kennis aan de beheerder.
  2. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo spoedig mogelijk worden gedaan.
  3. Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraving van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld docu­ment te worden overgelegd.
  4. Indien de overledene binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven dient behalve het in het derde lid bedoelde verlof of document ook het in het tweede lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overgelegd.

 

Artikel 9

Indien de begraving in een reeds eerder uitgegeven graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of, indien deze de overledene is, door een nieuwe rechthebbende, aangewezen door degenen die in de uitvaart voorzien.

Artikel 10

  1. De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, in overleg met de aanvrager, door de beheerder.
  2. Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:
  3. de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 8 en 9 opgenomen vereisten is voldaan, en
  4. de beheerder de identiteit van de overledene heeft vastgesteld door vergelijk­ing van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermel­de registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat.
  5. Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunst­stof (bin­nen)kist.
  6. Het is verboden om een overledene te begraven met gebruikmaking van een lijkhoes die niet voldoet aan de voorwaarden van het voormalige Lijkom­hulselbesluit 1998.
  7. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te slui­ten die niet tot de kist of de overledene behoren, an­ders dan kleine verteerbare grafgiften.

 

  1. Tarieven

Artikel 11

  1. De kosten voor het vestigen of overdragen van een grafrecht, voor begraving of herbegraving van een overledene, voor het delven en sluiten van een graf, voor het algemeen onderhoud van de begraafplaats alsmede de eventuele andere kosten die verband houden met het gebruik van de begraafplaats of het gebruik van voorzieningen of begrafenisplechtigheden, worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur en openbaar gemaakt in een tarieflijst.
  2. Kosten dienen, voor zover niet anders is aangegeven, binnen 30 dagen na factuurdatum te worden voldaan.

 

  1. Overgang grafrechten

Artikel 12

  1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger samen getekend bewijs van overdracht.
  2. Na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht binnen 6 maanden op hun verzoek te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levenspartner, een bloed- of aanverwant, of een andere nabestaande dan wel een rechtspersoon die de zorg voor de instandhouding van het graf op zich neemt. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven, dient het verzoek tot overschrijving voorafgaand aan de begrafenis of bijzetting te worden gedaan.
  3. Voor een overdracht of overboeking kunnen administratiekosten verschul­digd zijn.
  4. Indien de in het tweede lid bedoelde overschrijving niet binnen de termijn van 6 maanden is geschied, kan het bestuur het grafrecht vervallen verklaren.
  5. Indien het grafrecht vervallen is, zal het bestuur het graf niet ruimen binnen een periode van 50 jaar.
  6. Een rechthebbende kan afstand doen van een graf, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding.

 

  1. Opgraving

Artikel 13

  1. Overledenen zullen, behalve op gezag van een gerechtelijke autoriteit, niet worden opgegra­ven dan met verlof van de burgemeester en met toestemming van de rechthebbende.
  2. Bij de opgraving van overledenen zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door het bestuur met deze werkzaamheden zijn belast.
  3. Een opgraving geschiedt door derden voor rekening van de aanvrager of rechthebbende.

 

  1. Gedenktekens en grafbeplantingen

Artikel 14

  1. Het plaatsen van grafstenen of andere gedenk­tekens, van een grafkelder en het aanbrengen van grafbeplantingen is niet toegestaan.
  2. Het bestuur draagt zorg voor een markering van het graf, volgens de voorwaarden die worden bekend gemaakt in de huisregels.
  3. Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas, steen of een ander breekbaar materiaal of van kunststoffen op of bij een graf te leggen. Ook voorwerpen van opvallende kleuren – zulks ter beoordeling van de beheerder – zijn niet toegestaan.
  4. Na de begrafenis mogen de grafstukken en andere bloemen twee weken op het graf blijven liggen. Voor de overige gedenkmomenten mogen alleen snijbloemen op het graf worden gelegd. Deze mogen drie dagen blijven liggen. Bloemen mogen niet zijn verpakt.
  5. De beheerder zal niet toegestane materialen of planten verwijderen.

 

  1. Einde van de grafrechten

Artikel 15

  1. De grafrechten vervallen:
    a. indien de rechthebbende afstand doet van het recht;
    b. indien de begraafplaats wordt opgeheven.
  2. Het bestuur kan de grafrechten vervallen verklaren:
    a. indien de betaling van het graf­recht, een begraving of van eventuele andere kosten – ondanks een aanmaning – niet binnen drie maan­den is geschied;
    b. indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van dit reglement op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;
    c. indien de rechthebbende van een graf is overleden en het recht niet binnen 6 maanden is overgeschreven.
  3. In de gevallen als bedoeld in de twee voorgaande leden vindt geen terugbeta­ling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht of eventuele andere kosten.
  4. Het bestuur kan de rechthebbende die – ondanks een aanmaning – in gebreke is met betalingen dan wel in verzuim blijft een op grond van dit reglement op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt, tijdelijk de toegang tot de begraafplaats ontzeggen.
  5. Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken kan gedurende een maand vóór het vervallen van een graf­recht door de rechthebbende van het graf worden verwij­derd. Na het vervallen van het grafrecht kan het bestuur deze verwijderen en vernietigen.
  6. Onverminderd het bepaalde in voorgaande leden is de rechthebbende of aanvrager die opdracht heeft gegeven een grafrecht te vestigen of andere diensten te verrichten, een uitvaart­verzorger inbegrepen, bij niet (tijdige) betaling van kosten die verband houden met werkzaamheden of diensten in verband met lijkbezorging of plechtighe­den als bedoeld in artikel 11, zonder dat nadere ingebre­kestelling is vereist, in gebreke. Het bestuur is alsdan gerechtigd om vanaf de verval­datum van de factuur aan de rechthebbende of aanvrager in rekening te brengen:

– rente ad 1,5 % per maand – een gedeelte van een maand als een maand gerekend – over het opeisbare bedrag;

– administratiekosten, gesteld op 10% van het factuur­bedrag, met een minimum van Euro 50,- per factuur;

– alle gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokos­ten; deze laatste worden wat omvang betreft bepaald door de door het bestuur met de inning belaste advocaat en/of incassobureau binnen het kader van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.

 

  1. Slotbepalingen

Artikel 16

  1. Dit reglement bevat de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op alle overeenkomsten, aanbiedingen, leveringen en andere rechtshandelingen van de stichting Het Groninger Landschap aangaande de exploitatie van de begraafplaats.
  2. Door het vestigen van een grafrecht, het geven van een opdracht voor begraven of een andere dienst of voorziening, of het plaatsen van een grafbedekking, onderwerpen een rechtheb­bende, een aanvrager en hun rechtsopvolgers zich aan de bepalingen van dit reglement en de daarop gebaseerde regels, zoals deze eventueel nader worden aangevuld of gewijzigd, en verplichten zij zich tot tijdi­ge betaling van de daarop gebaseer­de kosten en tarieven.
  3. Afwijkingen van deze algemene voorwaarden of van de op basis daarvan vastgestelde regels zijn slechts mogelijk indien zulks uitdrukkelijk en schriftelijk tussen het bestuur en de contractpartij is overeengekomen.
  4. Bij een eventuele verkoop of verhuur van de begraafplaats blijven alle bestaande grafrechten in volle omvang voortbestaan. Voor zover dit niet reeds volgt uit de wettelijke omschrijving van grafrechten, verplicht het bestuur zich alle rechten en plichten van rechthebbenden in hun geheel – in de vorm van een kettingbeding – over te dragen aan rechtsopvolgers.
  5. Het bestuur is bevoegd deze algemene voorwaarden aan te vullen en te wijzigen.
  6. Op alle overeenkomsten is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Geschillen die voortvloeien uit deze overeenkomsten of daarmee verband houden, zullen uitsluitend ter berechting worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Groningen, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen.
  7. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of indien verschil van mening bestaat over de uitleg van haar bepalingen, beslist het bestuur.

 

Artikel 17

Een exemplaar van dit reglement, de tarieflijst en de huisregels wordt voorafgaand aan de vestiging van een grafrecht aan de rechthebbende (digitaal) ter hand gesteld. Deze documenten liggen kosteloos bij de administratie ter inzage en zijn via de site www.wierdebegraafplaats.nl te raadplegen.

Vastgesteld door het bestuur van de Stichting Het Groninger Landschap op 15 maart 2019, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019.

 

15 maart 2019